‘De wereld is voor ons een stukje kleiner geworden’
De Boekenbeurs, 10 november. Bij stand 321-323 van Van Halewyck staan zwarte tafeltjes met opvallende bureaulampen in een lange rij opgesteld. Één van deze tafeltjes wordt straks voor twee uur de stek van Alain Grootaers en zijn boek “Sabbatical, een jaar van de wereld”. Eerst doet het dienst als decor voor een interview. Nieuwsgierige bezoekers pikken maar al te graag een deel van zijn verhaal mee, een verhaal over Azië en zijn beslommeringen.
Door Veerle Dubois
Samen met zijn vriendin Jakobien Huisman en hun negenjarige dochter Julia trok Alain Grootaers een jaar door Azië. “Sabbatical, een jaar van de wereld” is op toevallige wijze uit deze rondreis gevloeid. Het gezin hield alle avonturen bij op een website, oorspronkelijk bedoeld voor vrienden en kennissen. Halverwege de reis pikte ook de uitgeverij hun reisverslagen op en wilde die de talrijke foto’s en schrijfsels in boekvorm gieten. Vanaf dat moment zijn Alain en zijn gezelschap naar het boek gaan toewerken. Julia publiceerde haar mails, terwijl Jakobien en Alain afwisselend schreven, ‘om een leuk tempo in het boek te houden’. Volgens Alain, transformeerden ze tijdens hun reis vaak van ‘homo-touristicus opnieuw in journalist’, met andere vragen en invalshoeken tot gevolg. ‘En dat is wel boeiend om tijdens je reis ook een doel te hebben los van het reizen op zich.’
Alain, vanwaar het idee voor een sabbatical?
‘Ho, we wilden er al lang een jaar tussenuit, maar oorspronkelijk was het wel Jakobien’s idee. Naar ons gevoel was nu ook het moment gekomen. Er stond geen groot project op stapel en als freelance-journalisten konden we er sowieso makkelijker uitstappen. Ook voor Julia was het tijdstip ideaal. Oud genoeg om die reis bewust mee te maken. Jong genoeg om het leuk te vinden nog met ons mee te reizen (lacht). Haar school vormde ook geen obstakel. Kinderen hebben geen schoolplicht, maar moeten wel les krijgen. Dus met toestemming van het Ministerie van Onderwijs gaven wij zelf les. Hier en daar wijzigden we het leerprogramma wel een beetje. Bijvoorbeeld, terwijl ze hier in Antwerpen over de Schelde leerden, gaven wij Julia dingen mee over de Mecong-rivier en de geografie van Azië.’
Hoe stond Julia zelf tegenover dit avontuur?
‘Voor haar was het geen grote verrassing, want ze wist dat we al lang met dit idee speelden. Ze vond het tegelijk spannend en beangstigend. Julia had ook het meeste heimwee, terwijl Jakobien en ik er geen last van hadden. Vooral het gemis aan speelkameraadjes onderweg was doorslaggevend, denk ik. We bleven ook nooit lang op één plaats en sowieso trekken er heel weinig gezinnen rond.’
Hoe was het eigenlijk om 24u op 24u samen te zijn?
‘Tot onze grote verbazing is dat heel goed verlopen! Ik denk dat we in een heel jaar twee keer ruzie gemaakt hebben. Dat valt reuze mee hé! Maar we wisten eigenlijk al hoe het was om intensief samen te zijn, want thuis werken en leven we ook constant samen. Als iemand eens apart een pint wil gaan drinken, kan dat. Dus zo gingen wij af en toe eens alleen de stad in. Dat helpt. Het grote verschil natuurlijk was ook dat we daar constant in open lucht zaten. Je hebt letterlijk meer ademruimte en daar hadden we op voorhand eigenlijk niet bij stilgestaan.’
Waarom hebben jullie precies voor Azië gekozen?
‘Omdat Azië een goedkoop continent is, want reizen is duur hé. Daarnaast is Azië ook heel veilig en gemakkelijk te bereizen. Bovendien kenden we Thailand en Laos al. Om er langzaam in te komen, zijn we dan ook daar begonnen. En maar goed dat we zo gestart zijn, want India was wel een grote cultuurschok! Dat is niet alleen een ander land, dat is gewoon een andere planeet! Anderzijds heeft India, zonder twijfel, de grootste indruk nagelaten. Vooral Zuid-West India, de streek van de Himalaya waar we met de moto zijn doorgereden, heeft een onwaarschijnlijk verpletterende indruk op mij gemaakt. De mensen zijn daar zo vriendelijk en de natuur is zo overweldigend en onaangetast. Heel anders dan in Zuid-Oost Azië, bijvoorbeeld Thailand en Laos, waar al een geweldige kaalkap aan de gang is. De industrialisering installeert zich daar ook aan een versneld tempo. Dat heb je in Noord-West India nog niet. Dat is nog puur en ongerept. Werkelijk fantastisch!’
‘We zijn ook gewoon gegaan waar de wind ons bracht, zonder uitgestippelde route. Dat is het voordeel van een jaar te reizen, dan voel je geen druk om je aan een schema te houden.’
Hoe hopten jullie dan van plaats tot plaats?
‘Wel, uiteindelijk kan je het zo gek niet bedenken of we hebben er op, onder of in gezeten! Te paard. Met een olifant. Dagenlang met een boot op binnenwateren. In Cambodja hebben we zelfs rondgereden in een oranje jeep van 1956. En Radjasthan hebben wij volledig met het openbaar vervoer doorkruist. We huurden ook motoren en scooters, maar soms moesten we wel via via via iets regelen omdat je als vreemdeling niet overal mag of kan huren. In Bhutan mag je echter helemaal niet onafhankelijk reizen en dus waren we daar wel verplicht met een gids en chauffeur rond te trekken. Uiteraard namen we ook vliegtuigen, maar enkel om lange afstanden te overbruggen. Want vliegen is vervuilend en duur en bovendien is het veel leuker om rustig rond te trekken en te genieten!’
En waar logeerden jullie?
‘Ons logement kozen we ter plekke, heel budgetgewijs. Zoals guesthouses of bij mensen thuis. Je slaapt dan wel op de grond, maar dat hoort er bij. Dat zijn zelfs de fijnste herinneringen! Ik denk bijvoorbeeld aan Cambodja. Daar hebben we, midden in de jungle in een heel klein dorp, bij mensen thuis geleefd en geslapen. ‘s Nachts was het daar altijd feest en toen begreep ik ook plots waarom al die mensen een siësta nemen! Ze slapen bij om dan opnieuw te feesten hé. Heel interessant!(lacht).‘
Communiceerden jullie dan via een tolk met de plaatselijke bevolking?
‘Neeneenee! Veel mensen spreken Engels, of toch een vorm van Engels. In een nieuw land of taalgebied, leerden wij ook altijd enkele basiswoorden zoals hallo, dank u wel, voor mij graag een thee, …. Mensen appreciëren die moeite. En als ze geen Engels spraken, legden we alles met handen en voeten uit. Bijvoorbeeld in het midden van de jungle in Cambodja snapte niemand ons. Dan is het echt wel een uitdaging om iets duidelijk te maken, met grappige taferelen tot gevolg.’
Los van het taalaspect, hoe hebben jullie de bevolking zelf ervaren? Zorgden de cultuurverschillen nooit voor problemen?
‘Voor ons stonden alle locals vrij open, maar we kwamen ook mensen tegen die wat meer tegenstand hadden ervaren. Tenslotte zijn wij de vreemdelingen daar! Maar zelf hebben we nooit vijandigheid ontmoet, vooral dankzij Julia eigenlijk. Want met een kind erbij is het ijs onmiddellijk gebroken! Alle vrouwen van het dorp kwamen altijd massaal op Julia af om haar blonde haren te bewonderen en aan te raken. Maar na een tijdje had Julia wel zoiets van “Ja zeg, laat me eens gerust!”.’(grinnikt).
‘Ook het fotograferen verliep vlotter dankzij Julia. Meestal zijn de locals niet zo gewillig om op foto’s te staan, maar zij wilden ook allemaal met Julia op de foto, dus dan deden we aan ruilhandel hé.’
‘En cultuurverschillen, ja daar stoot je voortdurend op! Voornamelijk in India. Wij hebben ons bijvoorbeeld heel vaak geërgerd aan het rochelen. Dat is echt onwaarschijnlijk (de walging staat op zijn gezicht te lezen)! Zelfs in het kleinste restaurant staat een wasbakje om na de maaltijd de mond te spoelen. Er wordt dan luid gegorgeld, gespuwd en gerocheld! En daar wen je niet aan. Dat zit niet in onze cultuur. Wij vinden dat vies, zij vinden dat gezond.’
Azië is West-Europa niet. Was je snel gewoon aan de levensomstandigheden daar, zonder hygiëne en luxe zoals wij dat hier kennen?
‘Ja onmiddellijk! Ik ben niet zo vies gevallen (lacht). En dat hoort erbij, dat is een deel van de charme. Eigenlijk zijn we met heel die hygiënekwestie op een verantwoord onvoorzichtige manier omgesprongen. En de realiteit heeft ons ook wel gelijk gegeven, want we zijn nooit ernstig ziek geworden. Naast inentingen en malariapillen zijn er ook enkele spelregels. Als je het kunt pellen of koken, dan kun je het opeten. Je moet ook kopen aan kraampjes waar veel volk staat, dat toont aan dat het goed is. Je krijgt uiteraard wel bacteriën binnen, maar je bouwt zo ook weerstand op.’
‘ De omstandigheden waarin de mensen daar zelf moeten leven zijn echter veel erger dan onze mogelijke problemen, waar wij ons dan ook nog eens zorgvuldig op kunnen voorbereiden. Om een voorbeeld te geven: in Bombay moet meer dan de helft van de inwoners rondkomen met minder dan een halve dollar per dag. In India wonen ongeveer 1.2 miljard mensen en 700 miljoen mensen daarvan hebben geen toegang tot sanitair. Dat zijn gigantische problemen! Het is echter niet slecht om daarmee geconfronteerd te worden, want dat geeft weer een ander kijk op wat wij gewend zijn. En terwijl je aan het reizen bent, begin je te bedenken hoe het beter kan. Ontwikkelingshulp bijvoorbeeld. Wij hebben ontwikkelingshulp gezien die op geen fluit trok en daar word je razend kwaad van! Als je in de brousse zit, weet dat mensen nauwelijks eten hebben, leven in een dorp zonder scholing en dergelijke, maar daar wel een blanke gast van de UNO met een dikke 4×4 ziet rondtoeren, denk je wel “Beste vriend, ruil uw 4×4 in voor een geit…”.’(zichtbaar geïrriteerd).
‘In die context ben ik nu ook aan een nieuw boek bezig. Het moet een andere kijk bieden op onze manier van leven. Ik bekijk ons leven door de ogen van iemand van ginder. Hij stelt vragen over hoe absurd onze Westerse economie en maatschappij werken. Pas wanneer je een jaar uit dat leven stapt, merk je hoe gigantisch de druk van het consumeren en het materialisme hier is. In Azië is dat totaal niet. Pas op niet dat die mensen dat niet willen hé. Zij streven onze levensstijl na. Die zien ze op televisie, want ze hebben wel allemaal een tv en een gsm (lachje), en net dat is het grote probleem. Wij hebben daar gemerkt dat je dat allemaal niet nodig hebt om gelukkig te zijn. Mensen vragen ons ook vaak of België veranderd is in een jaar tijd? Neen, maar wij zijn wel veranderd door dat jaar, zeer zeker!’
Was het dan simpel om terug te acclimatiseren in België?
‘Ja, want hier is niets veranderd! Ik vergelijk onze reis altijd met de film Narnia. Ze stappen daar in een kast en belanden in een andere wereld waar ze allerlei avonturen beleven. Via die kast keren ze ook terug naar de werkelijkheid, waar blijkt dat de tijd niet vooruitgegaan is. Zo lijkt dat ook bij ons! We zijn vertrokken, zijn aan de andere kant van de kast uitgestapt, hebben dingen meegemaakt, zijn opnieuw in de kast geklommen en terug in België was er niets veranderd. Alsof we nooit waren weggeweest. Heel vreemd!’
‘ Maar we hebben ook reiswee hoor! We zijn zelfs al een rondreis door Zuid-Amerika aan het voorbereiden (lacht)!’
‘ Het is ook verbijsterend hoe snel je weer in een sleur terechtkomt. Mijn leven ziet er een beetje hetzelfde uit als voordien. Dat is niet erg, want ik heb een goed leven, maar op reis was elke dag anders. Ik herinner me ook nog alles! Bijna elke dag van vorig jaar kan ik me voor de geest halen, maar vraag me wat ik vorige week dinsdag gedaan heb en ik weet het niet meer.’
Niet alleen je manier van denken is veranderd, Alain, maar ook je uiterlijk. Wanneer heb je beslist om je baardje te laten staan?
‘(lacht) Ho, ik denk na een maand of twee. Ik vond het prettig als aandenken. En het zorgt ook wel voor grappige taferelen. In India dachten ze dat ik een moslim was. Ik had niet alleen mijn baardje, maar ook de typische kleren, zo’n jas en zo’n mutske. Terug in België liep ik in volle ramadan door de Colruyt met die kleren en dat baardje. Ik passeer twee moslims en die bogen heel diep voor mij. Ze dachten waarschijnlijk dat ik één van hen was (lacht) en dat vind ik wel prettig zo…ik laat hem nog een tijdje staan.’
Gaan jullie nog terug naar Azië?
‘Sowieso! We kennen er zoveel mensen! Er komt ook een pak volk goeiedag zeggen als ze in Europa zijn. Dan slapen ze bij ons. Ook wij moeten geen hotel meer zoeken als we naar Chiang Mai of Ho Chi Minh City gaan, we kunnen gewoon bij vrienden logeren. De wereld is voor ons werkelijk een stukje kleiner geworden…’
